Notariële archieven

Mocht u  via de zoekdatabase Digitale Stamboom een bepaald persoon niet kunnen vinden in de openbare notariële archieven, maar weet u wel het jaar en/of de naam van de notaris, dan kunt u bladeren door de reeds gescande notariële akten en registers van de 17e eeuw tot en met 1906. De hier opgenomen zoekfunctie geeft de mogelijkheid te zoeken op naam van de notaris en op jaar.

 

N.B. downloaden
Als u op naam een notariële akte heeft gezocht én gevonden, verschijnen de gegevens + de eerste pagina van de akte waarop de naam wordt genoemd. U kunt deze downloaden. Als de akte uit meerdere pagina’s bestaat, kunt u deze afzonderlijk - per stuk - downloaden. Helaas is het niet mogelijk dat in één keer te doen.
Om de volgende pagina’s te bereiken kunt u onderaan de pagina doorbladeren.

Notariële archieven

Notarissen waren en zijn functionarissen met de bevoegdheid om akten op te stellen die bewijskracht bezitten. Sinds de middeleeuwen worden zij door hogere overheden aangesteld. In de Republiek der Verenigde Nederlanden (vanaf eind 16e eeuw tot 1795) verschilden de regels voor notarissen per gewest.

Vanaf 1811 gelden er wettelijke regelingen voor alle notarissen in Nederland. In Stadsarchief Breda zijn verschillende notariële archieven aanwezig (vanaf ongeveer 1600). Deze zijn grotendeels op naam toegankelijk via de digitale stamboom .

- Notariële archieven tot 1811
- Notariële archieven vanaf 1811

Verdere toelichtingen bij:
- Genealogisch onderzoek
- Andere bronnen , verwerkt in digitale stamboom
- Huizenonderzoek

Notariële archieven tot 1811
Vanaf de Middeleeuwen gebeurde in Nederland de aanstelling van notarissen door kerkelijke of wereldlijke overheden. Deze functionarissen waren bevoegd om akten op te stellen die bewijskracht bezaten. De notarissen waren verplicht om een protocol bij te houden van de door hen opgestelde akten. Een notariële minuut is een door de partijen getekende versie van de akte (moederexemplaar). Aan de hand van de minuut kon de rechtsgeldigheid van de door de notaris afgegeven akte (‘grosse’, het niet door de partijen ondertekend afschrift) achteraf bewezen worden. De notariële protocollen zijn in Breda vanaf het einde van de 16e eeuw grotendeels bewaard gebleven.

Omdat de schepenbanken op het gebied van de rechtspraak zelf veel rechtshandelingen verrichtten, zijn niet alle soorten akten bij de notarissen te vinden. Zo was vastlegging van handelingen die betrekking hadden op de overdracht van onroerend goed een taak voor de schepenbank en niet voor de notaris. Tot de notariële akten horen onder meer: testamenten, huwelijkse voorwaarden, substituties (vervanging in rechte), akten van volmacht, verklaringen, koop en huurzaken.

Breda maakte van 1810 – 1813 deel uit van het Franse keizerrijk. Daarom werd op 1 januari 1811 de Franse wet op het notarisambt van 16 maart 1803 van kracht. Vanaf toen ging het opmaken van akten op het gebied van vrijwillige rechtspraak voor het grootste deel over naar de notarissen. De Franse wet van 1803 werd in Nederland in 1842 vervangen door een nieuwe wet.

Aanwezig bij Stadsarchief Breda voor de periode tot 1811:
- Notariële archieven Breda, 1543-1810
- Notariële archieven Ginneken-Bavel: geen notarissen residerend in deze periode.
- Notariële archieven Princenhage: 1623-1631
- Notariële archieven Teteringen: 1808-1810

Voor de periode ca. 1685 – 1811 zijn de gedigitaliseerde indexgegevens op achternaam in de zoekdatabase Digitale Stamboom.  Zie voor de periode ca. 1625-ca. 1685 de indexgegevens in fichevorm in de studiezaal.

Notariële archieven vanaf 1811
De wetgeving op het notarisambt schreef voor dat de notarissen repertoires moesten maken. Hierin werden per jaar in chronologische volgorde de opgestelde akten met de namen van de hoofdpartijen genoteerd. De notarissen zelf maakten geen alfabetische toegangen op naam. Het aktenummer in het repertorium komt overeen met het aktenummer in de serie minuutakten van dat jaar. Voor zover de toegang op naam gesteld in hedendaags schrift nog niet beschikbaar is, zijn de repertoria de ingang op de notariële archieven. Meerdere akten die over één zaak gaan, werden soms bij elkaar gehouden; de jongste akte is dan terug te vinden onder het nummer van de oudste akte.
Van de meeste akten gaf de notaris een afschrift (grosse) aan de belanghebbende partijen. In sommige gevallen mocht hij ook de originele, door de partijen ondertekende akte afgeven. Zo’n akte staat in het repertoire vermeld onder het kopje ‘en brevet’. De akte zelf zit dus niet in de serie minuutakten. De notariële akten handelen over vele zaken. Van belang zijn met name de familiezaken en de zaken rond (on)roerend zaken.

De minuutakten en repertoires van 1811-1813 zijn in het Frans geschreven!

De indexgegevens op achternaam van de partijen zijn opgenomen in de zoekdatabase Digitale Stamboom voor de volgende periodes:

Breda: 1811-1842
Ginneken-Bavel: 1811-1841
Princenhage: 1811-1842
Teteringen: 1808-1842

Notariële akten zijn na 75 jaar openbaar.