door Leo Nierse
15 september 2015

Het Paul Windhausenarchief, eind 2015 door de Stichting Windhausen Erfgoed  aan Stadsarchief Breda overgedragen, werpt nieuw licht op de persoonlijkheid en motieven van de in Breda veelbeschreven verzetsstrijder.  Dankzij de overdracht kunnen, zeven decennia na ’s mans gewelddadige dood, nieuwe verhalen over Paul Windhausen worden geschreven.    

Links: Het OLV-lyceum circa. 1930, in de tijd dat Paul Windhausen er tekenleraar was. Rechts: Zelfportret van Windhausen uit 1937
Links: Het OLV-lyceum circa. 1930, in de tijd dat Paul Windhausen er tekenleraar was. Rechts: Zelfportret van Windhausen uit 1937

Slechts vijftien Bredase jaren telde het 41-jarige leven van Paul Windhausen (Roermond 1903–Rijsbergen 1944). Toen hij op 1 januari 1929 als leraar tekenen en kunstgeschiedenis bij het Onze-Lieve-Vrouwelyceum aan de slag ging, kon hij onmogelijk voorzien hoe sterk het lyceum zijn verdere levensloop zou bepalen. Op en via die school leerde hij de mensen kennen door en met wie hij veertien jaar later in het verzet zou belanden.

Windhausen poseert in zijn atelier naast een van zijn schilderijen (1938).
Windhausen poseert in zijn atelier naast een van zijn schilderijen (1938).

De sleutelrol van het lyceum in zijn voortijdig geëindigde leven blijkt eens temeer uit ‘nieuwe’ stukken uit zijn persoonlijk archief. Deze documenten, waaronder veel privé-correspondentie, geven alsnog vlees en bloed aan de iconische figuur. Zo blijkt Windhausen een voor zijn tijd vooruitstrevende leraar te zijn geweest.
Volgens het postuum uitgesproken oordeel van zijn toenmalige rector, drs. J.G. Gerretzen, stond hij als een broer naast zijn leerlingen, in plaats van dat hij zich volgens de eigentijdse mores als een autoriteit boven hen plaatste. Bezield met hetzelfde idealisme moet Windhausen de onder zijn commando gestelde verzetsstrijders van de Vloeiweide én de ondergrondse marconisten van de Ordedienst Bergen op Zoom hebben opgeleid.

Uit Gerretzens karakteromschrijving spreekt diens impliciete verwondering over de keuze die de gevoelige en menslievende kunstenaar voor het gewapend verzet maakte.
Er is informatie voorhanden die die keuze wel begrijpelijker maakt, onder meer afkomstig uit het schoolarchief van het OLV. Maar ook notities over uitlatingen van Windhausen-intimi, bewaard in Stadsarchief Breda, werpen meer licht op ’s mans paradoxale besluit.
Het milieu waarin de leraar-kunstenaar verkeerde, radicaliseerde gaande de bezetting namelijk steeds sterker. In de omgang met zijn activistische collega’s, oud-leerlingen, geliefde en huisvrienden blijkt de zachtmoedige Windhausen, die overigens nooit is opgepakt, allengs richting de illegaliteit te zijn opgeschoven.
Toch moet de man, gelet op de omstandigheden waarin hij sneuvelde, een zekere, uiteindelijk noodlottige naïviteit behouden hebben. Immers bij aanvang van de Duitse overval op de radiopost in de Vloeiweide, in de vroege ochtend van woensdag 4 oktober 1944, rende Windhausen met een witte doek in de hand meteen de omsingelde boswachterswoning uit, om de vijand om een veilige aftocht voor het gezin Neefs te vragen. Hij werd prompt neergeschoten.

Hoe zag het verzetsnetwerk van het lyceum er uit?

 

Links: Piet de Kort, geschilderd door Windhausen, ca 1938. Links (midden): Frans Brejaart. Rechts (midden): Aardrijkskundeleraar Piet Bogers, geportretteerd door Windhausen. Rechts: Windhausens portret van Jel van der Sande, ca 1938.
Links: Piet de Kort, geschilderd door Windhausen, ca 1938. Links (midden): Frans Brejaart. Rechts (midden): Aardrijkskundeleraar Piet Bogers, geportretteerd door Windhausen. Rechts: Windhausens portret van Jel van der Sande, ca 1938.

Met inbegrip van Windhausen waren zeven docenten en oud-leerlingen van het OLV actief in de ondergrondse strijd tegen de Duitse bezetter. Allereerst was daar drs. Anton van der Poel (1891-1959). De leraar aardrijkskunde en ‘natuurlijke historie’ (biologie) was sinds mei ’42 de commandant van de OD West-Brabant, officieel: Gewest 16 van de (landelijke) Ordedienst. De OD was al meteen op 15 mei 1940 opgericht en had sinds 1942 in Amsterdam zijn hoofdkwartier. 

Windhausen had sinds 1932 zijn atelier in een voormalig schoolpand aan het Kasteelplein nr. 11. De Nutsspaarbank zat er ook. Na de oorlog was het zo’n 35 jaar een bijgebouw van Dagblad De Stem.
Windhausen had sinds 1932 zijn atelier in een voormalig schoolpand aan het Kasteelplein nr. 11. De Nutsspaarbank zat er ook. Na de oorlog was het zo’n 35 jaar een bijgebouw van Dagblad De Stem.

De Bredase OD was in december 1940 eveneens door (gedemobiliseerde) beroepsofficieren gevormd. Een van de mannen van het eerste uur was de destijds 25-jarige luitenant en oud-OLV-leerling Piet de Kort (1915-’84).
Bij de OD in Bergen op Zoom zat eveneens een jeugdige oud-OLV’er, luitenant Frans Brejaart (1917), zoon van de fietsenmaker uit de Veemarktstraat in Breda. Brejaart, een vriend van Piet de Kort, was degene die zijn oude docent Van der Poel bij de OD haalde. Brejaart bleef na zijn schooltijd met zijn tekenleraar Windhausen bevriend. Wegens zijn verzetsdaden werd Brejaart al in mei ’42 gearresteerd en een vol jaar later op de Amersfoortse heide gefusilleerd.
De overige OLV-docenten in het verzet waren:
- Het naoorlogse KVP-2e-Kamerlid dr. L.A.H. Albering, die Nederlands en geschiedenis gaf. Hij zat in de redactie van het Tilburgse verzetsblad De Stem en trad aan het eind van de oorlog op als ondercommandant van de Bredase OD; als zodanig was hij de plaatsvervanger van zijn collega Anton van der Poel. Meteen na de Bevrijding werd hij staflid van prins Bernhard, de opperbevelhebber van de Nederlandse strijdkrachten die zijn hoofdkwartier aan de Haven in Breda had.
- L.J.J. Bogers (natuur en scheikunde).
- Piet C. Pouleijn (Latijn en Grieks).
- Rector Gerretzen, eveneens classicus, werkte voor de Inlichtingendienst van de OD. Op zijn school ondergroef hij systematisch het Duitse onderwijsbeleid. Daarvoor werd hij in 1942 opgepakt, uit zijn functie ontheven en geïnterneerd in het gijzelaarskamp Sint-Michielsgestel.

Bij Van der Poels aantreden als commandant bestond OD-gewest 16 uit de districten Breda, Tilburg en Bergen op Zoom. Begin ’44 was het gebied onder zijn leiding met zes nieuwe gewesten uitgebreid en bestreek het geheel West-Brabant. Belangrijkste spionageobject - de OD pleegde geen sabotagedaden - was de Luftwaffe-vliegbasis Gilze-Rijen. Het gewestelijk hoofdkwartier zat aan de Liesboslaan 225: de woning van Van der Poel. Hij was degene die zijn collega Windhausen in 1943 vroeg tot de OD toe te treden.
Net als de overige 18 OD-gewesten, gaf zijn 47-koppige groep niet enkel alle Duitse legeractiviteiten aan ‘Londen’ door, maar hield ze zich ook gereed om bij de Bevrijding de geallieerde troepen te assisteren en de openbare orde te bewaren, zodra de bezetters verjaagd waren.
‘Breda’ was bovendien één van de twaalf radioposten van de landelijke OD. Anton van der Poel, die sinds eind april’ 43 in Rijen zat ondergedoken, stelde Windhausen eerst aan als code-officier – de man die alle ontvangen en te verzenden radioberichten (de)codeerde. Later benoemde hij hem tot commandant van de radiopost, die op Dolle Dinsdag (5 september ’44) op de Vloeiweide operationeel zou worden.

Bij die benoeming zal zeker een rol hebben gespeeld dat Windhausen – blijkens pas in 2014 opgedoken informatie – dienstplichtig was geweest. Hij had derhalve een militaire training gehad en die moet juist voor
Gewest 16 een extra aanbeveling zijn geweest. Want anders dan gebruikelijk bij de OD, telde uitgerekend ‘Breda’ voornamelijk burgerleden, in plaats van beroepsmilitairen. Die laatsten waren in mei ’42 bijna allemaal (opnieuw) krijgsgevangen gemaakt. Een van de weinige officieren die de dans ontsprongen, was – de tijdig ondergedoken - Piet de Kort. Evenals Frans Brejaart was hij met Paul Windhausen bevriend gebleven.
Luitenant De Kort was op zijn beurt de schakel tussen Windhausens publieke en privéleven (zie daarvoor het vervolg: In de Vloeiweide stierf ook een idylle).

Enkele weken na het Vloeiweidedrama rijden geallieerde tanks op 2 november als bevrijders door het Wilhelminapark - over de weg die zes maanden later officieel naar Paul Windhausen vernoemd zou worden. Linksboven het OLV-Lyceum.
Enkele weken na het Vloeiweidedrama rijden geallieerde tanks op 2 november als bevrijders door het Wilhelminapark - over de weg die zes maanden later officieel naar Paul Windhausen vernoemd zou worden. Linksboven het OLV-Lyceum. 

Lees hier alle verhalen van Leo Nierse.