door Mieke Rijkers
april 2025
In de lente van 1793 werd in Breda het eerste democratisch gekozen stadsbestuur van Nederland geïnstalleerd. Het zou er weliswaar maar kort zitten, maar in de ontwikkeling van Nederland naar de huidige moderne staat, was het toch een opvallende mijlpaal. Wie waren deze eerste gekozen stadsbestuurders en wie volgden hen op in het Bredase stadhuis in deze revolutionaire Bataafs-Franse tijd?
Revolutie!
Nadat in 1789 in Frankrijk de revolutie was uitgebroken, ontstond hiertegen in Europa meteen veel weerstand. De Europese mogendheden verbonden zich in wisselende coalities tegen Frankrijk om hun eigen regimes en vorstenhuizen te verdedigen. In 1792 verklaarde Frankrijk de oorlog aan de stadhouder van de Republiek der Verenigde Nederlanden. Kort daarna, in februari van 1793, stonden de Franse troepen al voor de stad Breda. De Bredase notaris Andries Oukoop (1771-1827) heeft daar in zijn dagverhaal of ‘Soldatenboekje’ levendig verslag van gedaan. De Franse beschietingen veroorzaakte veel schade in de stad. Al na enkele dagen gaf de stad zich over, waarna de Bataafse Revolutie zich voor even in Breda verspreidde. Er werd (min of meer verplicht) gedanst rond de vrijheidsboom op de Grote Markt en in de dagen erna werden er verkiezingen georganiseerd voor een nieuw stadsbestuur. Een historische gebeurtenis! Dat was nog niet eerder voorgekomen in de Republiek der Verenigde Nederlanden.
Dit gekozen, revolutionaire bestuur zat er maar een korte periode. Al gauw werden de Franse legers verslagen waarna het oude stadsbestuur, de magistraat, weer zitting kon nemen in het Bredase stadshuis. Maar ook dat duurde niet lang. In 1794 keerden de Franse legers terug en eisten de stad weer op. Breda gaf zich dit keer niet zomaar over, maar moest zich - toen in januari 1795 heel Nederland was ‘bevrijd’ door de Franse legers en de Bataafs-Franse tijd voor heel Nederland begon - in opdracht van de Staten-Generaal in Den Haag toch overgeven.
Stadsbestuurders
Vervolgens gebeurde er op landelijk niveau enorm veel. Er was een snelle opeenvolging van regeringen en grondwetten. In deze Bataafs-Franse tijd veranderde Nederland van een federale republiek van verenigde provincies in een constitutionele eenheidsstaat met een koning aan het hoofd. Was er van deze Bataafse revolutie en de Franse tijd daarna ook iets te merken in het stadsbestuur van Breda? Kwamen er andere mensen in het bestuur of bleven op dit lokale niveau dezelfde personen en families het stadhuis bevolken?
Precies naar deze vraag heb ik onderzoek gedaan. In de scriptie Bredase stadsbestuurders in de Bataafs-Franse tijd 1793-1813 doe ik daarvan verslag. In de bijlagen van dit onderzoek is een lijst opgenomen van de verschillende stadsbesturen plus een korte genealogie van elk van de 112 mannen die in deze tijd in één van deze stadsbesturen zitting hebben gehad. Deze informatie is terug te vinden op de website bredasestadsbestuurders.nl.
Magistraat van voor 1793/95
In de achttiende eeuw, vóór de Bataafse Revolutie, bestond de magistraat van Breda uit een (binnen-)burgemeester, een buitenburgemeester en acht schepenen. De magistraat werd jaarlijks aangesteld door de Heer van Breda. Vanaf 1751 tot 1795 was dat de stadhouder Willem V. Breda maakte deel uit van het Generaliteitsland Brabant, dat sinds het einde van de Tachtigjarige Oorlog rechtstreeks vanuit Den Haag werd bestuurd. Brabant had geen stem in het federale bestuur van de Staten-Generaal. Het was katholieken niet toegestaan om deel te nemen aan het bestuur. Op enkele uitzonderingen na, waren stadsbesturen dus 100% gereformeerd (ook in Breda, een stad waar 80% katholieken woonden). Schepenen en burgemeesters werden vaak gerekruteerd uit de noordelijke provincies en waren in veel gevallen universitair opgeleid, met name in de rechten.
Een goed voorbeeld van een bestuurder uit de tijd van de magistraat is Nicolaas Gaspar van der Huls. Hij werd niet in Breda maar in Delft geboren. Hij was meester in de rechten en werd burgemeester van Breda (1790-1794). Ook zijn vader Samuel van Huls was niet afkomstig uit Breda, jurist en net als zijn zoon gereformeerd. Ook hij was een tijdje burgemeester van Breda. De familie van Huls vormt een typische vertegenwoordiging van de sociale laag van notabelen, die in de magistraat van voor de Bataafse Revolutie de dominante partij zijn.
Na de revolutie van 1793/95
In 1793/95 – met de komst van de Fransen – veranderde dat voor Breda. Omdat de katholieke godsdienst voortaan gelijkgesteld was aan de gereformeerde en er een tijd lang sprake was van gekozen besturen, nam het aantal katholieken in het bestuur flink toe. Ook het aantal in Breda of omgeving geboren stadsbestuurders groeide. De bestuurders uit deze tijd waren vaker dan voorheen afkomstig uit de burgerij. Het aantal juristen nam af en het aantal kooplieden nam toe in het bestuur.
Een typische vertegenwoordiger uit het bestuur van na de Bataafse revolutie was Johannes Elzen. Hij werd in het meest revolutionaire stadsbestuur (1798) gekozen. Hij was een geboren Bredanaar, rooms-katholiek en afkomstig uit de burgerij. Van beroep was hij drogist en poelier. Hij had een drogisterij aan de Ridderstraat in hetzelfde pand waar later de Apotheek Smagghe zat, waarvan het winkelinterieur nog bewaard wordt door het Stedelijk Museum Breda.
Einde Bataafs-Franse tijd
Na de Bataafse Republiek werd de Franse invloed op het Nederlandse bestuur steeds groter. Napoleon, die in 1799 in Frankrijk aan de macht was gekomen, bemoeide zich steeds meer met het landsbestuur. Uiteindelijk leidde dat tot het aanstellen van zijn broer Lodewijk Napoleon als de eerste koning van het nieuwe Koninkrijk Holland. Daarna werd het land zelfs drie jaar lang onderdeel van het Franse keizerrijk. In Breda werd het stadsbestuur in die tijd dan ook aangeduid als de Mairie (1810-1813). De mannen in het Bredase stadhuis kregen steeds minder te vertellen. Drie jaar later werd de Franse keizer verslagen en Nederland kreeg weer een Oranje aan het hoofd: koning Willem I. In Breda werd er in januari 1816 - na twee korte provisionele gemeentebesturen - weer een nieuw gemeentebestuur geïnstalleerd. Daarmee kwam de turbulente Bataafs-Franse tijd voor Breda definitief tot een einde.