door Anne ter Borg
september 2026
Frans Colson
Frans Colson, ca. 1905, Firma Schreurs, Breda Beeldcollectie, identificatienummer 19600232, Stadsarchief Breda

Jarenlang was hij een begrip in Ulvenhout en omstreken. “Dokter” Colson kon ieder kwaaltje genezen. Met een ingenieus spiegeltje met een gaatje in het midden onderzocht hij zijn patiënten, die van heinde en verre kwamen om van zijn expertise te profiteren. Waar die expertise precies uit bestond is wat raadselachtig, meneer Colson was namelijk geen gediplomeerd dokter. In de volksmond wordt hij ook wel de wonderdokter van 't Ginneken genoemd.

Het afgelopen anderhalf jaar ben ik werkzaam geweest op de studiezaal van het Stadsarchief. Hier hoorde ik voor het eerst van Frans Colson toen er via de mail een vraag binnenkwam. De bezoeker wilde eigenlijk alleen maar weten of wij enige bronnen hadden over het leven van meneer Colson, maar behalve een kort hoofdstukje hier en daar, was er eigenlijk niet zo veel te vinden. Daarop besloot ik om zelf het verhaal in te duiken en een wat gedetailleerdere beschrijving te geven van Colsons bezigheden in het Ulvenhoutse Bos. Hiervoor heb ik dankbaar gebruik gemaakt van Delpher, want één ding is zeker, de lokale kranten konden geen genoeg krijgen van de wonderdokter. Alle bronnen staan gelinkt in de voetnoten, zodat je zelf de interessante en vaak grappige artikelen kunt lezen die er over hem geschreven zijn.

Op 1 mei 1878 wordt François Joseph Marie Colson geboren in Den Haag1 als eerste kind van François Joseph Colson en Diena Geertruida Wilhelmina Hermans.2 Het was redelijk gebruikelijk in deze tijd dat de oudste zoon werd vernoemd naar zijn vader. Om het nog verwarrender te maken heette de opa van onze hoofdpersoon ook François Joseph. Het is deze opa die oorspronkelijk uit België kwam en wel specifiek uit Heure-Le-Romain.3 Heure-Le-Romain is een klein dorpje in Wallonië, net boven Luik. Het dorp ligt in het Jekerdal, een regio die in de 18e en 19e eeuw internationaal bekend stond om de strohoedenindustrie. In 1840 kwam opa François Colson naar Nederland en begon hij een strohoedenfabriek aan de Korte Poten 11 in Den Haag.4 Al snel werd de Colsonfabriek de grootste strohoedenfabriek van Den Haag.5 De familie Colson kwam niets te kort. Zo bezat opa Frans Colson bijvoorbeeld twee woningen in Den Haag en had hij ook meerdere bezittingen in Heure-Le-Romain.6

Saint-Remy kerk in Heure-le-Romain
Saint-Remy kerk in Heure-le-Romain, 2011, Michiel Verbeek, Wikimedia Commons licentie: https://creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0/

De familie waar onze hoofdpersoon in opgroeide, was dus duidelijke welgesteld. Na hun aankomst in Nederland hebben ze zich snel omhooggewerkt. Dit verklaart misschien ook wel waarom onze Frans de carrièrekeuzes kon maken die hij gemaakt heeft. Al in 1897 was hij werkzaam als magnetiseur aan de Van Speijkstraat 26 in Den Haag.7 Hij was toen pas 19 jaar, maar was duidelijk erg ambitieus. Na een tussenstop aan de Koningin Emmakade, verhuisde hij namelijk naar Rotterdam waar hij zich vestigde aan de Diergaardelaan 23. Tijdens zijn verblijf in Rotterdam, verklaarde hij trots dat hij de hoofdvertegenwoordiger was van de Parijse Magnetische School.8 Dit is de eerste van verschillende claims die we met een korreltje zout moeten nemen. Ik ben van mening dat Colson deze claims vaak aandikte of zelfs verzon om belangrijk te lijken, maar daar kom ik later op terug.

Het ging Frans Colson dus al snel goed af, maar je kan je wel afvragen waarom een jongeman met een snelgroeiende carrière in de Randstad naar het Ulvenhoutse Bos zou willen verhuizen. Dat is nog een heel verhaal. In 1902 woonde Colson aan de Bilderdijkstraat 84 in Den Haag.9 Twee van zijn patiënten, de zusters Milders, woonden destijds bij hem in. Zij claimden te lijden aan een of andere langdurige ziekte maar welke ziekte dit zou zijn geweest, is niet duidelijk.10 De zusters waren welgesteld en ik denk dat dit hen ook meer vrijheid gaf om bij Colson, in principe een vreemde, te gaan wonen. Hoelang zij bij Colson hebben gewoond heb ik niet kunnen vaststellen, maar wat we wel weten is dat de jongere zus, Anna Aletta Adriana, op 21 december 1902 komt te overlijden.11 Als ze werkelijk langdurig ziek was, zoals ze claimde, is dit natuurlijk niet verrassend. Opvallender is dat de oudere zus, Guda Petronella, een paar weken later ook overlijdt op 5 januari 1903.12 Dit is op zichzelf al choquerend genoeg, maar na het overlijden van Guda bleek ook nog eens dat zij al haar bezittingen had nagelaten aan Frans Colson.13 Dit is inclusief de bezittingen van Anna, want Anna had op haar beurt al haar bezittingen nagelaten aan Guda. Al met al kwam het neer op zo'n ƒ80.000, een enorm bedrag, zeker in die tijd.14 Dit alles is natuurlijk enorm verdacht en nadat de vader van de zusters Milders de politie had ingelicht, werd er al snel een onderzoek ingesteld. Volgens de berichtgeving werkte Colson volledig mee aan het onderzoek en uiteindelijk heeft de politie geen aanleiding gevonden om hem te arresteren15, maar ik kan me zo voorstellen dat iemand na een dergelijke ervaring ervoor kiest om elders te gaan wonen. Niet alleen moet dit een smet zijn geweest op zijn persoonlijke imago, maar ook op het imago van zijn praktijk. Dus besloot Frans Colson om met zijn gezin en zowel zijn familievermogen als nieuw verkregen erfenis te verhuizen naar ‘t Ginneken.

Henri ’t Sas met zijn luit, jaren ’20, Collectie Paul t’Sas
Henri 't Sas met zijn luit, jaren ’20, Collectie Paul 't Sas, Wikimedia Commons licentie: https://creativecommons.org/licenses/by/3.0/

In 1950 schreef Henri 't Sas zijn vierdelige artikel ‘Volktype: De wonderdokter van Ginneken’. 't Sas kende Colson goed en geeft in dit artikel een mooi en grappig beeld van hem. De eerste vrouw van Colson, waar hij in 1907 van scheidde,16 was genaamd Josephina Christina Luisinda Timmer, maar werd door haar directe omgeving vaak Tji genoemd.17 Tji werd in 1875 geboren op Curaçao.18 Wanneer ze precies naar Nederland kwam is onduidelijk, maar in 1898 trouwden Frans en Tji met elkaar in Den Haag.19 Aldaar kregen ze twee kinderen: François Joseph (ja inderdaad, nog eentje) in 1899 en Johan Lodewijk Thadeus in 1901.20 Volgens het bevolkingsregister kwam het gezin in 1905 deze kant op en vestigden ze zich aan de Ulvenhoutselaan 7 in Ginneken.21 Colson had in 1904 al van boswachter Bakker een perceel gekocht in het Ulvenhoutse Bos22 en op 15 augustus 1904 verscheen er ook al een artikel in het Dagblad van Noord-Brabant over het arriveren van de ‘dokter’.23 Wat ik persoonlijk erg grappig vind aan dit artikel is dat de auteur van mening is dat men hem alleen een wonderdokter noemt, omdat hij ‘andere dingen eet’. Niets is zo verwonderlijk als een man die geen vlees eet!

Bij de wonderdokter in het Ulvenhoutse Bos, ca. 1905, A. Th. A. J. van Erp
Bij de wonderdokter in het Ulvenhoutse Bos, ca. 1905, A. Th. A. J. van Erp, Breda Beeldcollectie, identificatienummer A3110, Stadsarchief Breda

Een maand later kwam Colson al meteen in de problemen met de marechaussée. Zij bekeurden hem voor het onbevoegd uitoefenen van de geneeskunde.24 Het schijnt dat een aantal van zijn patiënten geklaagd had, omdat hij natuurlijk geen echte dokter was. Toch kan de groep klagers nooit heel groot zijn geweest. Al snel nadat Colson zijn praktijk was gestart, werd de toeloop namelijk zo groot dat er extra paardentrams moesten worden ingezet om alle patiënten naar Ginneken te kunnen vervoeren.25 Het was zelfs een exprestram, om het vervoer zo efficiënt mogelijk te laten verlopen. De patiënten werden in de zomer natuurlijk naar het Ulvenhoutse Bos gebracht, maar in de winter ontving Colson hen in zijn woning aan de Ulvenhoutselaan.26 Het kon in de wachtkamer zo druk worden dat mensen zelfs een nummertje moesten trekken.27 Wat indrukwekkend is, is dat deze drukte ook aanhield. Al een jaar nadat hij zijn praktijk had geopend, ontving Colson zijn 10.000ste patiënt; een hele prestatie! Ter gelegenheid van dit grote moment, gaf Colson deze patiënt, een boer, een doos sigaren cadeau.28 Een mooi geschenk van een ondernemende dokter met een vooruitziende blik!

In de wachtkamer bij de wonderdokter, ca. 1905
In de wachtkamer bij de wonderdokter, ca. 1905, Breda Beeldcollectie, identificatienummer 19600044, Stadsarchief Breda

Anderhalf jaar na de eerste bekeuring voor het onbevoegd uitoefenen van de geneeskunde, kreeg hij er nog een.29 Hierop nam Colson dokter Robbrecht Korteweg aan onder het mom van medische integriteit. Op deze manier kon Colson het argument gebruiken dat dokter Korteweg erop toezag dat zijn behandelingen medisch verantwoord waren. Of dit ook echt zo was, is natuurlijk maar de vraag. Het was in ieder geval niet Korteweg die de patiënten behandelde.

In 1906 verschenen er interessante berichten in de kranten: de heer Colson werd toegelaten tot een Portugese ridderorde, namelijk tot de Orde van Onze Lieve Vrouwe van Villa Viçosa. Bij koninklijk besluit kreeg hij toestemming om de versierselen te dragen van ridder der Koninklijke militaire orde van de Heilige Maagd of der ontvangenis van Villa Viçosa.30 Ik stond hier wel even van te kijken, want ik heb tot nog toe geen bewijs gevonden dat Colson ooit in Portugal geweest is, laat staan verdiensten heeft gedaan voor het Portugees koninklijk huis. Dit is dus een voorbeeld van Colsons sterke verhalen, zoals ik eerder al benoemde in het geval van de Parijse Magnetische School.

Grootkruis van de Orde van Onze Lieve Vrouwe van Villa Viçosa, 2018, Alexei Romanov
Grootkruis van de Orde van Onze Lieve Vrouwe van Villa Viçosa, 2018, Alexei Romanov, Wikimedia Commons licentie: https://creativecommons.org/licenses/by-sa/4.0/

Toch lijk ik hier meer versteld van te staan dan zijn tijdsgenoten, want de kranten die over dit koninklijk besluit berichtten, stonden verder niet stil bij de vraag hoe een kwakzalver in het Ulvenhoutse Bos in hemelsnaam een riddertitel heeft kunnen bemachtigen. Waar ze wel hun vraagtekens bij zetten, voornamelijk de Bredasche Courant, is waarom Colson in de Staatscourant werd aangeduid als geneesheer, terwijl hij geen geleerd dokter was.31 Ze hadden natuurlijk wel een punt; het is best een gevaarlijke situatie wanneer iemand zich voordoet als dokter om vaak wanhopige patiënten naar zich toe te lokken. De uiteenzetting van deze kritiek in de Bredasche Courant is gepassioneerd en aan de lange kant, maar het werkte wel! Op 12 februari 1907 wordt het koninklijk besluit nogmaals gepubliceerd in de Staatscourant, deze keer zonder de aanduiding van 'geneesheer’ en met de opmerking: “[Herplaatsing wegens misstelling.].”32

Frans Colson had het duidelijk goed voor elkaar. Niet alleen had hij een mooie titel achter zijn naam staan, maar de zaakjes bleven ook goed lopen. Dit was goed te zien aan zijn extravagante levensstijl. In 1905 kon Colson van zijn verdiende geld (of het geld van de zusters Milders, wie weet?) dus al een statig pand aan de Ulvenhoutselaan kopen, maar daar bleef het niet bij. Zo'n huis was natuurlijk niet compleet zonder personeel en een auto met chauffeur.33 Dit was zeer bijzonder aan het begin van de twintigste eeuw; Colson was een van de eerste inwoners van de regio met een auto. Omdat er in deze tijd bijna geen automobilisten waren, was het ook niet nodig om een rijbewijs te halen. In het geval van Colson was een verplicht rijbewijs misschien een goed idee geweest, want in 1907 rijdt hij tegen een boom aan wanneer hij probeert uit te wijken voor een aankomende kar.34 Colson en Korteweg werden uit de auto geslingerd en raakten gewond.

Frans Colson naast zijn auto met kenteken N-435, ca. 1906
Frans Colson naast zijn auto met kenteken N-435, ca. 1906, Collectie R. ’t Sas, https://deautovanmnopa.nl/kentekens/n-435, BHIC

Ze waren onderweg naar Baarle-Nassau om de Belgische patiënten van Colson te bezoeken. Na het ongeluk is Colson verdergegaan in de richting van Baarle-Nassau, maar Korteweg moest naar huis gebracht worden. Het duurde even voordat Korteweg was hersteld van zijn verwondingen, wat voor een probleem zorgde. Zoals eerder besproken was hij door Colson aangenomen om de autoriteiten gerust te stellen. Nu dokter Korteweg tijdelijk niet met Colson naar Baarle-Nassau kon gaan, had Colson binnen de kortste keren weer een proces-verbaal te pakken, maar dit hield hem natuurlijk niet tegen.35

Een paar weken later kon dokter Korteweg weer aan de slag. De twee mannen waren ondertussen niet zo nieuw en exotisch meer in de regio en dat blijkt wel uit de kranten. Deze lijken steeds minder geïnteresseerd te zijn in de wonderdokter, want in het gehele jaar 1908 wordt er niets bijzonders gerapporteerd. Toch heeft Colson altijd iets speciaals achter de hand. In 1909 maakte de Nieuwe Courant namelijk bekend dat de wonderdokter een eredoctoraat had ontvangen van de filosofische faculteit van de Universiteit van Toulouse.36 Nog zo'n sterk verhaal, want net zoals eerder met de ridderorde, is het mij onduidelijk waar de krant deze informatie vandaan heeft. De Universiteit van Toulouse is in de afgelopen eeuw flink veranderd. In 1909 was de universiteit nog één, maar in 1969 is deze opgesplitst in drie. De filosofische faculteit hoort tegenwoordig bij Université Toulouse – Jean Jaurès.37 Er wordt door Université Toulouse – Capitole wel een eredoctoraat voor buitenlanders uitgereikt, de Doctor Honoris Causa.38 Deze eredoctoraat bestaat al lang, namelijk sinds 1918, maar aangezien Colson er blijkbaar een uitgereikt kreeg in 1909, zal dit niet dezelfde zijn.

Begrafenisstoet van Frans Colson, 1911
Begrafenisstoet van Frans Colson, 1911, Breda Beeldcollectie, identificatienummer 19600235, Stadsarchief Breda

Toch moest er natuurlijk ooit een einde komen aan de succesvolle zaak van Colson. In 1911 werd hij ziek en moest hij geopereerd worden. Voor deze operatie keerde hij terug naar Den Haag. Dit zou zijn laatste reis ooit worden. Op 8 februari overleed hij in het Diaconessenhuis in Den Haag.39 Zijn lichaam werd teruggehaald naar Ginneken, waar hij begraven zou worden. De begrafenis trok veel bekijks en natuurlijk werd er ook een artikel aan gewijd in de krant. Er stond een grote menigte langs de route waar de begrafenisstoet langsreed. Eenmaal op het kerkhof werden er een aantal woorden gesproken namens Colsons personeel en oud-patiënten.40 Hij moet een zeer charismatische man zijn geweest, want naar mijn mening voelt het enthousiasme dat mensen hadden voor hem en zijn behandelingen wat sekteachtig, niet alleen in Ginneken en Ulvenhout, maar eerder ook al in Den Haag. Frans Colsons leven was kort, hij werd maar 32 jaar oud, maar in die korte tijd heeft hij veel bereikt. Niet alleen kwamen er consistent veel patiënten bij hem langs, maar was hij ook een zeer gewaardeerd dorpsgenoot. Hij deed bijvoorbeeld veel aan armenzorg in de omgeving.41 Zelfs de altijd kritische Bredasche Courant gaf hem na zijn dood de titel waar hij altijd naar verlangd had: “Onder enorme belangstelling werd heden het stoffelijk overschot van dr. Colson ter aarde besteld.”42 

 Bronnen:

1 Geboorteakte François Joseph Marie Colson, Haags Gemeentearchief toegang 0335-01 inventarisnummer 328, aktenummer 1457, 02-05-1878
2 Geboorteakten kinderen Colson en Hermans, Haags Gemeentearchief toegang 0335-01
3 Huwelijksakte F. J. Colson en J. M. F. Somers, Haags Gemeentearchief toegang 0335-01 inventarisnummer 593, aktenummer 20, 17-01-1844
4 Advertentie ‘Maison F.J. Colson,’ Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage, 05-10-1892
5 Cottaar en Lucassen, Jaarboek van het Sociaal Historisch Centrum voor Limburg 2001, pagina 64
6 Cottaar en Lucassen, Jaarboek van het Sociaal Historisch Centrum voor Limburg 2001, pagina 67
7 Advertentie ‘F. J. M. Colson, Magnetiseur,’ Haagsche Courant, 23-11-1897
8 Advertentie ‘F. J. M. Colson, Hoofdvertegenwoordige van de Parijsche Magnetische School,’ Rotterdamsch nieuwsblad, 22-11-1899
9 Woningkaart Bilderdijkstraat 84 Den Haag, 1895 - 1913
10 “Een duistere zaak,” Provinciale Noordbrabantsche en 's Hertogensbossche courant, 23-02-1903
11 Overlijdensakte Anna Aletta Adriana Milders, Haags Gemeentearchief toegang 0335-01 inventarisnummer 1423, aktenummer 3371, 21-12-1902
12 Overlijdensakte Guda Petronella Milders, Haags Gemeentearchief toegang 0335-01 inventarisnummer 1425, aktenummer 60, 05-01-1903
13 Testament Guda Petronella Milders, Haags Gemeentearchief toegang 0373-01 inventarisnummer 2958, repertoriumnummer 2057
14 “Een misdaad,” Dagblad van Noord-Brabant, 26-02-1903
15 “Een misdaad,” Dagblad van Noord-Brabant, 26-02-1903
16 Echtscheidingsakte François Joseph Marie Colson en Josephine Christine Liusiude Timmer, Stadsarchief Breda toegang ARC0817 inventarisnummer 113, aktenummer 25, 16-08-1907
17 “Volkstype,” deel 3, Henri 't Sas, Dagblad de stem, 14-10-1950
18 Geboorteakte Josefina Christina Liusinda Timmer, Nationaal Archief Curaçao, Geboorteregister 1875 Stad, aktenummer 241, 10-07-1875
19 Huwelijksakte François Joseph Marie Colson en Josefina Christina Liusinda Timmer, Haags Gemeentearchief toegang 0335-01 inventarisnummer 751, aktenummer 106, 02-02-1898
20 Geboorteakten kinderen Colson en Timmer, Haags Gemeentearchief toegang 0335-01
21 Bevolkingsregister Ginneken en Bavel 1900 - 1911, Colson, Stadsarchief Breda inventarisnummer 1611
22 Kadaster, Kadastrale gemeente Ginneken, perceel D 748, leggerartikelen 3025 en 3427 (toegankelijk op de studiezaal van het stadsarchief)
23 “Geen wonderdokter,” Dagblad van Noord-Brabant, 15-08-1904
24 “De wonderdokter,” Dagblad van Noord-Brabant, 23-09-1904
25 “Stadnieuws,” Bredasche Courant, 24-02-1905
26 “Nieuws uit verschillende gemeenten van Noord-Brabant,” Dagblad van Noord-Brabant, 08-11-1904
27 “Volkstype,” deel 2, Henri ‘t Sas, Dagblad de stem, 12-10-1950
28 “De wonderdokter,” Dagblad van Noord-Brabant, 19-08-1905
29 “Proces-verbaal,” Dagblad van Noord-Brabant, 09-03-1906
30 “Koninklijk besluit 18 december 1906,” Nederlandsche Staatscourant, 19-12-1906
31 “Wonder-geneesheer,” Bredasche Courant, 20-12-1906
32 “Koninklijk besluit 18 december 1906,” Nederlandsche Staatscourant, 12-02-1907
33 “De eerste automobilisten van Ginneken,” René Bastiaanse, BHIC, laatst bijgewerkt 05-03-2024
34 “Stadsnieuws,” Bredasche Courant, 07-06-1907
35 “Baarle-Nassau,” Dagblad van Noord-Brabant, 25-06-1907
36 “Een kwakzalver-doctor,” De Nieuwe Courant, 27-08-1909
37 “Welcome to the Université Toulouse - Jean Jaurès,” Université Toulouse – Jean Jaurès, laatst bekeken 12-06-2026
38 “The Doctor Honoris Causa of Toulouse Capitole University,” Université Toulouse – Capitole, laatst bekeken 12-06-2026
39 Overlijdensakte François Joseph Marie Colson, Haags Gemeentearchief toegang 0335-01 inventarisnummer 1462, aktenummer 471, 07-02-1911
40 “De teraardebestelling van den wonderdokter,” Bredasche Courant, 10-02-1911
41 “Volkstype,” deel 4, Henri 't Sas, Dagblad de stem, 17-10-1950
42 “De teraardebestelling van den wonderdokter,” Bredasche Courant, 10-02-1911 

 

Lees hier alle Bredase verhalen.