door Leo Nierse
18 juni 2015

Achter de onlangs uitgelekte plannen voor ‘Antwerpse’ woningbouw tussen de Reigerstraat en Cingelstraat schuilt een fascinerend verhaal. Of eigenlijk zijn het er twee. Van een officieuze expeditie twee zomers geleden én van het middeleeuwse woonkasteel van de heren van Breda - dat al eeuwen verdwenen lijkt, maar nog steeds ‘bestaat’. En waarvan een klein deel hopelijk binnen enkele jaren weer zichtbaar wordt.

Reigerstraat circa 1870, met rechts de in 1934 gesloopte, laatgotische poort naar de binnenplaats van het Huis van Renesse/Elderen.
Twee gevels verder de Fransche School.

Eerst het nieuws nog even. Begin juni 2015 lekte uit dat de Rotterdamse projectontwikkelaar Blauwhoed, het Bredase architectenbureau C5 en bouwbedrijf Korteweg uit Vught een plan hebben ontwikkeld voor de bouw van 60 studio’s, acht studentenkamers, een horecagelegenheid en een politiepost op het perceel Casinobioscoop. De Bredase architect Lukas Ruijs heeft zich in zijn (eerste) ontwerp laten inspireren door de Vlaeykensgang, een Antwerps binnenstadsgebied met straatjes, pleintjes, steegjes en historische elementen. Stedenbouwkundigen noemen dat wel een dwaalmilieu. In Breda gaan al enige jaren stemmen op om door het creëren van dergelijk ‘dwaalmilieu’ de leefbaarheid van het stadshart te vergroten. Bekend pleitbezorger daarvan is monumentaal vormgever en binnenstadsbewoner Eloi Koreman. Het kersverse plan-Ruijs – waarover het stadsbestuur zich nog helemaal moet uitspreken – lijkt daar een serieus begin mee te maken. Tot zover de actualiteit.
We gaan twee jaar terug in de tijd.

Op een vroege voorjaarsdag in 2013 - maandag 8 april, even na het middaguur – nemen vier mannen met een sleutel een kijkje in Reigerstraat 24, het pand waarin de voormalige Casinobioscoop van 1932 tot 2008 zijn films aan het Bredase publiek vertoonde. Het pand staat dan al vijf jaar leeg, want - torenhoge grondprijzen, beperkende overheidsregels - er kan maar geen koper voor gevonden worden.
Nu is het geen platte nieuwsgierigheid van het onderzoekende viertal. De mannen – gemeentelijk monumentenambtenaar Marc Berends, bouwhistoricus John Veerman, Eloi Koreman en Lukas Ruijs – kennen de zesenhalve eeuw historie van de plek waar zij zich nu toegang toe verschaffen terdege. Precies die kennis is hun stimulans.

De tweebeukige kelder
De tweebeukige kelder van de Herberghe (Reigerstraat 22) verkeert nog in authentieke, laat-13e-eeuwse staat. Het is het enige deel van het oude woonkasteel met een (rijks)monumentale status. (Foto: bouwhistorisch rapport Kamphuis).

De oude bioscoop, die in 1932 verrees op een volkomen kaalgeslagen terrein en dus nog geen eeuw oud is, grenst immers aan huisnummer 22. En dát pand heeft een bouwgeschiedenis die terugvoert naar omstreeks 1300. Uit bouwhistorisch onderzoek in 1998 bleken in het huidige onderkomen van bar-dancing Coyote Ugly nog talrijke elementen aanwezig van het 14e-eeuwse woonkasteel van de heren van Breda. Deze Herberghe van de heer was het oudste stenen huis van de stad, daterend uit de periode dat de Reigerstraat nog niet eens bestond.

Het was Jan II van Polanen-Wassenaar - de Hollandse edelman die in 1350 de Baronie van Breda van hertog Jan III van Brabant had gekocht – die de Herberghe tussen 1353 en waarschijnlijk 1362 op de oostelijke Markoever optrok. Tegelijkertijd had hij, direct aan de rivier, hét Kasteel in aanbouw. Haaks op de latere Reigerstraat, zo’n vier meter achter de huidige rooilijn en op geringe afstand van de Grote Kerk, bouwde hij zijn huis (van één bouwlaag) bovenop twee oudere, omvangrijke kelders. Daardoor lag de Herberghe, met zijn circa vier meter hoge muren, algauw een meter boven het maaiveld. Behalve de woonvertrekken telde het kolossale gebouw, dat in een voor- en achterhuis uiteenviel, ook een ‘ridderzaal’, een kloeke ruimte waar de heer zijn gasten kon ontvangen. In twee eeuwen groeide deze stadsvilla uit tot een hofhuis dat de halve noordelijke straatkant besloeg (de huidige huisnummers 16 t/m 24). In de navolgende eeuwen ging het complex gaandeweg in de almaar veranderende bebouwing op. Maar de draagconstructie bleef ook in de latere panden aanwezig. En zelfs de laatgotische kruiskozijnen van natuursteen in de zuidgevel van de Herberghe bleven geheel intact, doordat deze buitenmuur bij een uitbreiding circa 1700 als binnenmuur ging dienen.

Jan II van Polanen
Jan II van Polanen-Wassenaar, bouwer van het 14e-eeuwse stadskasteel aan de latere Reigerstraat (detail van zijn graftombe in de Grote Kerk).

Wie weet? Zouden er in nr. 24, ondanks de totale sloop in 1932, toch nog sporen van het ‘naastgelegen’ woonkasteel te vinden zijn? Dat is de vraag waarmee het viertal die dag het oude bioscooppand binnengaat. Het antwoord komt snel. Als een van de mannen achter de counter in de foyer een stukje van de lambrisering lostrekt, komt al meteen eeuwenoud metselwerk tevoorschijn. Het blijkt te gaan om een circa tien meter hoge muur van middeleeuwse kloostermoppen. Het is de westelijke buitenmuur van de oude ridderzaal, die door de vooroorlogse bioscoopbouwers blijkbaar als tussenmuur is gebruikt. Onbedoeld stelden zij zo een mooi deel van Jan van Polanens woonkasteel voor het nageslacht veilig.

Twee jaar na deze ontdekking lezen we in het eerste bouwontwerp van Lukas Ruijs, dat de tien meter hoge ridderzaalmuur in ere wordt hersteld. Het wordt, mits het plan mag worden uitgevoerd, de grote blikvanger in het geprojecteerde dwaalmilieu tussen Reigerstraat en Cingelstraat. Het meest historische element van de Bredase ‘Vlaeykensgang’.

Hoe ging het trouwens verder met de Herberghe?
Twee Polanengeneraties en twee generaties van de aangetrouwde Nassaus bewoonden de Herberghe, totdat de grafelijke familie halverwege de 15e eeuw haar intrek nam in een nieuw woonkasteel binnen de muren van hét Kasteel. De toenmalige graaf, Jan IV van Nassau, verhuurde de Herberghe in 1459 aan zijn schout Adam van Nispen (de man die in 1468 de eerste steen voor de Grote Toren legde). In 1514 deden de Nassaus voorgoed afstand van de villa, gelegen aan wat intussen Onder de Reygerboomen was gaan heten.  Een nieuwe Nassaugraaf, Hendrik III, de Duitse neef van Maria’s zoon Engelbrecht II, verkocht het goed aan zijn schout, jonker Wijnand van Masschereel. 

Die laatste verkocht het pand in 1529 door aan schout Frederik van Renesse van Elderen, die de Herberghe al snel uitbreidde tot een U-vormig hofhuis, waarbij de oude kern een verdieping kreeg. Door de bouw van drie vleugels rond een binnenplein, schoof het complex in oostelijke richting op naar de huidige percelen Reigerstraat 16 tot 20. De 16e-eeuwse muur die in juli 2011 tevoorschijn kwam bij de verbouwing van het Centrum voor Beeldcultuur op Reigerstraat 16, maakte deel uit van deze uitbreiding (maar behoorde dus niet tot het oorspronkelijke woonkasteel).

Hof van Holland
Hof van Holland, tot ca. 1930 het etablissement op de plek van de latere Casinobioscoop.

Het binnenplein werd van de intussen aangelegde, maar nog niet zo genoemde Reigerstraat gescheiden door een drie meter hoge muur, met daarin een laatgotische toegangspoort - op de plek waar nu de ingang van De Graanbeurs is. Een grote keuken verrees aan de westzijde, op het huidige huisnummer 24 (het perceel dus dat in 1932 werd kaalgeslagen voor de bouw van het Casino). Sinds de 16e eeuw staat het complex bekend als het Huis van Renesse en Huis Elderen. De nazaten van Elderen splitsten het hofhuis weer in drie wooneenheden en verkochten die afzonderlijk in 1661. In de navolgende eeuwen veranderde de voorgevel van nr. 22 enkele malen. In de 19e eeuw waren er onder meer de Fransche School en het Stedelijk Gymnasium (1887-’88) gevestigd.

Twee jaar na de bioscoopbouw werd in 1934 aan de andere kant van nr. 22 het etablissement De Graanbeurs (nr. 18-20) ingrijpend verbouwd. Daarbij sneuvelde het laatste zichtbare overblijfsel van het Huis van Renesse, de laatgotische inrijpoort van het binnenplein.

 

Lees hier alle Bredase verhalen.