door Anne ter Borg
juni 2025

In de depots van Stadsarchief Breda ligt een aantal bijzondere boeken. Een van deze boeken is het Mirakelboek over het Sacrament van Niervaert uit ca. 1540. Het Mirakelboek is onderdeel van de collectie van de Parochie van de H. Barbara uit Breda. Dit boek is een verzamelschrift van verschillende documenten geschreven door of in opdracht van de leden van het Gilde van het Sacrament van Niervaert. Vandaar dat er ook officiële stukken van het gilde in het boek te vinden zijn. Naast aktes, gedichten en gebeden, is een sacramentsspel een belangrijk onderdeel van dit boek.

Het retabel van het Sacrament van Niervaert
Het retabel van het Sacrament van Niervaert, ca. 1535 – 1538. Het hele verhaal van de vondst en de reis naar Breda wordt hier verteld. Tijdens en na de Beeldenstorm, zijn er een aantal panelen zoek geraakt. In 1860 is er voor het laatst een paneel teruggevonden. Stedelijk Museum Breda

Het Mirakel van Niervaert is een gebeurtenis uit de vroege 14e eeuw, waarschijnlijk rond het jaar 1300. Bij het plaatsje Niervaert, het huidige Klundert, werd een hostie in de grond gevonden door Jan Bautoen en twee anonieme vrouwen. Toen Jan de hostie oppakte, begon deze te bloeden. Na meer dan een eeuw in de kerk van Niervaert gelegen te hebben en vele wonderen te hebben verricht, werd de bloedende hostie uiteindelijk naar Breda overgebracht; vanaf 1449 werd deze hier in de Grote Kerk vereerd.

Sacramentsspelen

Het Mirakelboek van het Gilde van het Sacrament van Niervaert
Het Mirakelboek van het Gilde van het Sacrament van Niervaert, opengeslagen op een scène van het sacramentsspel. Stadsarchief Breda / Firma Schreurs

Het sacramentsspel vertelt het verhaal van de vondst van de hostie, de mirakels die deze heeft verricht en de uiteindelijke overdracht van de hostie van Niervaert naar Breda. Tegelijkertijd doen twee duivels hun best om God tegen te werken en het Mirakel te vernietigen.

Het spel is zeer bijzonder, omdat het maar een van zes sacramentsspelen is die wereldwijd bewaard zijn gebleven. Daarnaast is dit het enige Nederlandstalige sacramentsspel dat nog bestaat. Een sacramentsspel is een toneelstuk waarin een wonder centraal staat. Dit wonder heeft altijd te maken met de heiligheid van de Eucharistie en transsubstantiatie. Transsubstantiatie is het geloof van de vroegere kerk en de huidige Rooms-Katholieke kerk dat de hostie en de wijn tijdens de Eucharistieviering verandert in het werkelijke vlees en bloed van Christus. In alle sacramentsspelen die overgeleverd zijn, is er een personage aanwezig die deze verandering in twijfel trekt. Vier van de zes stukken zijn hierdoor flink antisemitisch, omdat deze twijfelaar (en daarmee de boosdoener) in deze gevallen een jood is die aan het einde van het verhaal vaak gruwelijk aan zijn einde komt. Dit maakt het sacramentsspel van Breda best uniek, omdat dit maar een van twee sacramentsspelen is die vrij zijn van antisemitisme. De twijfelaar in dit stuk is namelijk een rechtsgeleerde genaamd Macharius die van de kerk de opdracht krijgt om het sacrament op echtheid te testen.

Zoals eerder genoemd is het sacramentsspel geschreven in opdracht van het Gilde van het Sacrament van Niervaert. Dit gilde is in 1463 opgericht in Breda. Een kopie van de akte van oprichting is ook te vinden in het Mirakelboek. Het doel van het gilde was om het Mirakel van Niervaert onder de aandacht te houden en devotie te bevorderen. Het gilde gaf om deze reden omstreeks het jaar 1500 de opdracht aan dichter Jan Smeken om een sacramentsspel te schrijven over het Mirakel van Niervaert. De tekst die in het verzamelschrift bewaard is gebleven, is niet de originele tekst, maar een kopie uit omstreeks 1540. Het toneelstuk is ook niet volledig bewaard gebleven. Alleen de platte tekst en de personages staan beschreven. De tekst heeft geen interpunctie, is niet opgedeeld in scènes en ook de regieaanwijzingen zijn verloren gegaan.

Het Gilde van het Sacrament van Niervaert
Het Gilde van het Sacrament van Niervaert, zoals afgebeeld op het retabel van het Sacrament van Niervaert, ca. 1535 - 1538. Stedelijk Museum Breda / Lourens Smak

Jan Smeken

Jan Smeken was vanaf de late 15e eeuw de stadsdichter van Brussel. Daarnaast stond hij aan het hoofd van de rederijkerskamer De Lelie en na een fusie in 1507 werd hij het eerste hoofd van rederijkerskamer ’t Mariacranske. Jan Smeken is vandaag de dag het meest bekend van zijn ‘sneeuwpoppengedicht’ genaamd Dwonder van clare ijse en snee. Dit gedicht is een humoristische en absurdistische beschrijving van het sneeuwpoppenfestival dat aan het begin van het jaar 1511 in Brussel werd georganiseerd. Verder is natuurlijk ook het Spel vanden heilighen sacramente vander Nyeuwervaert een bekend stuk van Smeken.

Het verhaal

Het sacramentsspel is dus niet opgedeeld in scènes. In het boek Het spel van het Sacrament van Niervaert, een vertaling van het stuk door Willem Kuiper en Ludo Jongen uit 2017, is er wel een scèneverdeling gemaakt. Als er hieronder een verwijzing wordt gemaakt naar de scèneverdeling, is dit dus overgenomen uit dit boek. Het boek is uitgebracht in opdracht van het Gilde van het Sacrament van Niervaert ter gelegenheid van de 550ste verjaardag van de Grote Kerk in Breda.

Het opnemen van de hostie
Het opnemen van de hostie, Petrus Antonius Balmakers, 1863. Een scène uit het verhaal van het Sacrament van Niervaert. De pastoor komt de hostie bekijken. Stedelijk Museum Breda

Het sacramentsspel begint met een introductie, waarna twee duivels het stuk openen. Deze duivels heten Sondlich Becoren en Belet van Dueghden en hebben een structurele rol in het stuk. Zij verbinden de verschillende scènes met elkaar en zijn daarnaast de humoristische personages in het stuk. Ook geven ze extra uitleg over de stand van zaken. Zo beginnen zij het stuk op een komische manier met een uitleg over wat het sacrament is en waar het begraven ligt. Ook leiden zij hier de volgende scène in door te omschrijven hoe Jan Bautoen op de juiste plek begint te graven. Jan en de twee vrouwen die bij hem zijn, ruiken een zoete geur, waarna ze de hostie in de grond vinden. Jan probeert de hostie op te pakken, maar wanneer hij dit doet, begint het plotseling te bloeden. Een van de vrouwen rent terug naar Niervaert om de pastoor te halen. Die arriveert op locatie om te beslissen wat er met de hostie moet gebeuren. Ze besluiten dat het naar de kerk in Niervaert moet worden gebracht. Daarna zijn de duivels weer aan het woord. Zij discussiëren met elkaar over wat ze het beste kunnen doen om Lucifer tevreden te houden nu dat ze gefaald hebben en de hostie gevonden is. Ze beslissen dat ze gaan proberen om de geleerde Meester Macharius te misleiden. Meester Macharius wordt door de kerk naar Niervaert gestuurd om de echtheid van het sacrament te testen. We zien hoe Macharius de hostie test. Met een ‘griffien’, oftewel een griffel, doorsteekt hij de hostie vijf keer. De andere personages proberen hem tevergeefs te ontmoedigen. De hostie bloedt uit alle vijf de gaten. Meester Macharius beseft dat het om een echt sacrament gaat, maar voelt zich niet schuldig dat hij het heeft doorstoken. Nadat Macharius het toneel heeft verlaten, komen de twee duivels weer op. Zij betreuren dat er vanwege het sacrament zoveel wonderen zijn gebeurd. Het wordt hierdoor duidelijk dat we iets in de tijd vooruit gesprongen zijn. Om Lucifer niet teleur te stellen gaan ze naar meer zielen op zoek op een slagveld in Pruisen. Hier zijn de christenen tegen de heidenen aan het vechten. De christenen worden aangevoerd door een Heere Wouter van Roosbeke (of Wouter van Kersbeke, die elders in het Mirakelboek genoemd wordt). De mannen worden gevangengenomen door de heidenen en worden een voor een op de brandstapel gegooid. De Heer van Roosbeke bidt tot het Sacrament van Niervaert en wordt gered; hij is de enige overlevende. De duivels zijn blij dat er zoveel zielen bij zijn gekomen in de hel. Daar zit ook Meester Macharius tussen, die na zijn beproeving van het sacrament gek is geworden en is gestorven. De duivels benoemen nog eens een aantal wonderen dat het sacrament verricht heeft. Daarnaast kondigen ze aan dat de Heer van Roosbeke Niervaert gaat bezoeken. Ook laten ze weten dat Niervaert tijdens een overstroming onder water is gelopen. Wanneer de Heer van Roosbeke met een schout in Niervaert arriveert, worden ze onthaald door de pastoor van de kerk. De Heer van Roosbeke vertelt zijn verhaal en de pastoor schrijft het op, zoals alle andere wonderen. De meeste wonderen die in het spel worden genoemd, worden ook elders in het Mirakelboek uitgebreid beschreven. Hierna komen de duivels weer aan het woord. Uit hun gesprek blijkt dat er een plan is om het sacrament over te brengen naar Breda. In de volgende scène zien we dat de bisschop van Luik de brief van de graaf van Nassau leest waarin wordt gevraagd of het sacrament overgebracht kan worden. In de epiloog zijn de duivels voor een laatste keer aan het woord, waarin wij horen dat er nog een aantal wonderen verricht zijn. De kracht van het sacrament blijkt niet te stoppen en de duivels krijgen ruzie om het falen van hun taak. Ze vliegen weg om nieuwe mensen te bedriegen en daarmee is het stuk ten einde.

Het moet opgemerkt worden dat het stuk zich afspeelt over een periode van ongeveer 150 jaar. Dit is niet direct op te maken uit de tekst, maar we weten wanneer het sacrament ongeveer gevonden is, wanneer bepaalde personages geleefd hebben en wanneer het sacrament is overgebracht naar Breda. Het sacramentsspel wordt af en toe nog opgevoerd, maar niet zo vaak. In onze beeldbank zijn foto’s te vinden van een uitvoering uit de jaren ’30. Daarnaast is er ook een jaarlijkse omgang op het begijnhof in Breda. Het Mirakel heeft ruim 700 jaar geleden plaatsgevonden, maar leeft nog steeds! 

  

Lees hier alle Bredase verhalen.